6 januari 2025 / 

 / 

Vredestichters

“Gods Zoon komt in een gebroken wereld en brengt ons vrede.” Zo sprak Koning Willem-Alexander in zijn kersttoespraak van dit jaar. Een kraakhelder geloofsgetuigenis. Ik vroeg mij even af of de ministeriële verantwoordelijkheid ook geldt voor de  kersttoespraak van de Koning. Daarvoor moet ik de boeken over staatsrecht in duiken. Maar over staatsrecht wil ik het in deze blog niet hebben. Ik wil het hebben over de uitspraak zelf.

Zalig de vredestichters

Twee maanden nadat de Tweede Wereldoorlog is uitgebroken door de Duitse aanval op Polen, schrijft Paul Scholten een artikel “over den toekomstigen vrede”. Hij denkt daarin hardop na – een half jaar vóórdat Nederland erin werd betrokken – over wat er moet gebeuren als de zojuist begonnen oorlog zal zijn beëindigd. De eerste zinnen van het opstel zijn:

,,Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden”. Aldus luidt in de nieuwe vertaling van het Nederl. Bijbelgenootschap Mattheüs 5 : 9. De Statenvertaling had ,,vreedzamen”. Beter dan in de oude-, komt het in de nieuwe vertaling uit, dat het gebod er een is tot actief handelen, niet tot passieve onthouding van onvredige daden.

Zoals ik eerder al eens vermeldde: de complete Nieuwe Vertaling van de Bijbel, gemaakt in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG), verscheen in 1951. Maar de vertaling van het Nieuwe Testament was al in 1939 klaar. Op dat moment was Scholten voorzitter van het NBG en in die hoedanigheid had hij op 21 juni 1939 het eerste exemplaar van de vertaling van het Nieuwe Testament in ontvangst genomen – en kon hij dus een half jaar later daaruit citeren.

Ik voeg er voor de goede orde wel bij dat de makers van de Statenvertaling zelf in de originele kanttekeningen al hadden aangegeven dat er in het Grieks staat “vredemakers”. Waarom vertaal je het dan niet zo in de tekst zelf, vraag ik mij dan af. Dat kunnen we ze niet meer vragen.
Maar dit  terzijde. De woorden van de Koning sluiten in elk geval volledig aan bij de woorden van Christus zoals weergegeven in Mattheüs 5:9.

Vrede brengen, vrede maken, vrede stichten

“Hij brengt ons vrede”. Dat wil zeggen: Hij had niet alleen vrede in zichzelf, maar bracht ook vrede aan anderen. Dat is niet soft. Vrede maken is moeilijker dan ruzie maken. Waarom? Omdat je daarvoor jezelf moet overwinnen. Daar zitten verschillende kanten aan.

Eén kant is dat je het gelijk-willen-hebben moet overwinnen, je geldingsdrang, je neiging om anderen op hun nummer te zetten, op fouten van anderen te wijzen, het beter te willen weten. “Wat kun je een ander geven als je het zelf niet hebt? Hem of haar gelijk geven!”

Dat is niet hetzelfde als de waarheid maar in het midden laten ter wille van de lieve vrede. De liefde “is niet blij over ongerechtigheid, zij is blij met de waarheid” (1 Korinte 13:6). Maar de auteur van het boek Spreuken wist al dat het riskant is om tussenbeide te komen in een ruzie waar jij buiten staat: “Wie zich mengt in een twist die hem niet aangaat, is als iemand die een voorbijlopende hond bij de oren grijpt.” En Petrus leert ons dat we niet moeten lijden als een bemoeial (1 Petrus 4:15).

Maar jezelf overwinnen betekent aan de andere kant ook: je onverschilligheid overwinnen en je angst. Daarbij kan het woord van Jakobus helpen: “Mijn broeders, indien bij u iemand van de waarheid afdwaalt en een ander brengt hem tot inkeer, weet dan dat wie een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, diens ziel van de dood zal behouden en tal van zonden bedekken” (Jakobus 5:19-20). Daar is moed voor nodig. En tact en liefde en onpartijdigheid. En wijsheid en fijngevoeligheid om te weten wanneer je  moet spreken en wanneer niet.

Vrede ↔ zwaard

En het is nog complexer. Want dezelfde Heer die gezegd heeft: “zalig de vredestichters”, heeft ook gezegd: “Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard” (Matteüs 10:34). De profeet Jesaja had dat 700 (zevenhonderd!) jaar tevoren al aangekondigd: “Hij maakte mijn mond als een scherp zwaard” (Jesaja 49:2). Daarmee bedoelde Jesaja niet in de eerste plaats zichzelf (hoewel het ook voor hem gold), maar de Messias die komen zou, Gods Zoon die gekomen is “in een gebroken wereld en ons vrede brengt”, zoals Willem-Alexander het uitdrukte. Hoe verhoudt zich dat tot de woorden over vrede stichten?

Op het eerste gezicht moeizaam. Maar de sleutel ligt daar waar we ontdekken dat dit samenvalt met het overwinnen van onszelf. Want om mijzelf te overwinnen, heb ik een zwaard nodig. Met minder gaat het niet. Ik moet in mijzelf de woorden van God als een zwaard hanteren: in mijn denken, in mijn willen, in mijn voelen. “Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten” (Hebreeën 4:12). Dat Woord weet raad met alle innerlijke weerstand die ik tegenkom als het erom gaat vrede te stichten.

Spanning

De apostel Paulus kende deze spanning maar al te goed. Aan de Korintiërs schrijft hij: “ik kwam in zwakheid, met veel vrezen en beven tot u; mijn spreken en mijn prediking kwam ook niet met meeslepende woorden van wijsheid, maar met betoon van geest en kracht” (1 Korinthe 2:3-4). “Met veel vrezen en beven” en tegelijkertijd: “met betoon van geest en kracht”: kan de spanning groter?

Hoor ik nu iemand roepen: “DIALECTIEK”? Ja, dat is het inderdaad. Bijna had ik geschreven: een paradox. Maar dat is het niet. Het is niet een schijnbare tegenstelling, maar een echte. Je zou bijna zeggen: wàs het maar een paradox, een schijnbare tegenstelling; dan zou het ons allemaal niet zo veel innerlijke strijd kosten.

En met die dialectiek ben ik aan het eind van deze blog weer terug bij het begin: bij Paul Scholten, wiens hele wereldbeeld immers door en door dialectisch was.

Beeld: ©RVD – Valerie Kuypers

Verder lezen?

Nu jij!

Wat denk jij? Reageer hieronder!