27 januari 2026 / 

 / 

Schulden

8 Januari was het dan zover: de eerste “Pizza’s en recht”-bijeenkomst. Een dozijn studenten en beginnende juristen waren een avond in Utrecht verzameld om met elkaar hardop na te denken over de verbinding van geloof en beroep, van recht en levensbeschouwing.

Na de pizza’s was het woord aan Sven Koudijs over het recht. Sven is promovendus in Tilburg. Zijn onderzoek betreft de positie van mensen met een schuldenlast, in het bijzonder het verband tussen het ontstaan van schulden en de rol van ons burgerlijk procesrecht daarin. Hoe brengt hij dat in verband met zijn geloof, zijn levensbeschouwing?

Schulden: Nederlands recht

Wat is dat: een schuld? Als ik bij de bakker een brood koop, moeten er twee prestaties geleverd worden: de bakker moet mij het brood leveren en ik moet de bakker het geld leveren. Dat zijn, juridisch bezien twee schulden. Het voldoen van een schuld noemen wij juristen “betalen”. In de meeste gevallen gaat dat goed. Maar soms komt een schuldenaar (debiteur) in de problemen. De bakker als hij geen brood kan leveren; dan hoef ik ook niet te betalen. Dat is gelukkig een zeldzaamheid in ons land. Vaker komt het voor dat mensen in de problemen komen doordat zij een veelvoud aan financiële schulden hebben.

De schuldenaar is met zijn hele vermogen aansprakelijk. Dat is het uitgangspunt van ons burgerlijk recht is. Dus als een debiteur niet kan betalen, mag de crediteur beslag leggen op de aanwezige vermogensbestanddelen van de debiteur. Bijvoorbeeld op zijn of haar salaris, of op zijn of haar uitkering. Bovendien: als de debiteur te laat betaalt (“in verzuim is”), gaat er rente lopen: hij moet extra betalen vanwege de vertraging. Dan loopt de schuld dus op. En behalve die rente kan een schuldeiser administratiekosten in rekening brengen als schuldenaren niet betalen. Bijvoorbeeld omdat ze extra administratie moeten bijhouden, of een incassobureau moeten inschakelen, of misschien zelfs naar de rechter moeten stappen om hun geld te krijgen. Overheidsinstanties verhogen de boete als iemand die niet op tijd betaalt. Daardoor kan de schuld nog veel verder oplopen. Zo ontstaan problematische schulden.

Natuurlijk moet je je schulden betalen. Dat dat doorgaans gebeurt en desnoods afgedwongen kan worden, is een zegen voor de maatschappij. Maar het kan leiden tot excessen waar niemand bij gebaat is en die mensen in nog veel grotere problemen brengen dan alleen financiële. Er zijn daarom regels gemaakt zoals de beslagvrije voet en de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). En er zijn regels over vermogensbestanddelen waarop geen beslag mag worden gelegd, bijvoorbeeld bedden, kleren, eten en drinken, speelgoed van kinderen, de mobiele telefoon, de computer, omdat dat het sociale leven van mensen te veel zou ontwrichten. Ondanks die regels komen toch nog veel mensen in de problemen door schulden.

Schulden: geloof in praktijk

In de Bijbel vinden we ook een aantal van zulke regels. Bijvoorbeeld Exodus 22 vers 26: “Indien gij het opperkleed van uw naaste tot pand neemt, zult gij het hem vóór zonsondergang teruggeven”. En in Deuteronomium 24, vers 6: “Men zal de handmolen of de bovenste molensteen niet tot pand nemen”; en de verzen 10-13: “Wanneer gij van uw naaste enige schuld te vorderen hebt, zult gij zijn huis niet binnengaan om een pand van hem weg te nemen. Gij zult buiten blijven staan, en de man, van wie gij een schuld te vorderen hebt, zal het pand buiten bij u brengen. Indien hij een arm man is, zult gij u niet te ruste leggen in wat hij u als pand gaf; gij zult hem dat pand bij zonsondergang teruggeven”. Denk ook aan het verbod om rente te vragen van een volksgenoot. Of aan het jubeljaar: ieder vijftigste jaar moesten alle schulden die op dat moment bestonden, kwijtgescholden en allen die zichzelf als slaaf verkocht hadden, bijvoorbeeld omdat ze hun schulden niet konden betalen (een soort pendant van ons faillissement), vrijgelaten worden.

Wat betekenen zulke regels voor ons recht van vandaag? Een paar daarvan zie je terug in de wettelijke regels die ik hierboven weergaf. Komt dat door de eeuwenlange invloed van de Bijbel op onze samenleving en cultuur, inclusief ons recht? Of eenvoudigweg omdat het economisch en sociaal niet wenselijk om mensen al te diep in de problemen te laten komen? Of misschien door beide? “De dominee en de koopman”… En zijn deze regels voldoende? Zijn ze afdoende?

En hoe ga je als praktisch jurist, bijvoorbeeld als advocaat, om met problematische schulden in het licht van dit soort Bijbelse regels? Daarover kon Debora Metry in het panelgesprek het nodige vertellen. Zij is sinds kort advocaat, gespecialiseerd in kinderbeschermingszaken. Dat die nogal eens met schuldenproblematiek te maken hebben, laat zich raden.

Het werd al met al een boeiende avond, die smaakt naar meer. Over dat méér denken de organisatoren nu na. Als iemand voorstellen of ideeën of verzoeken heeft, zijn die welkom. Laat het ons weten!

De Bijbel als richtsnoer?

Één aspect bleef naar mijn smaak een beetje onderbelicht (maar je kunt ook niet alles in één avond behandelen). Dat is de meer algemene vraag hoe je Bijbelse voorschriften als die welke ik hiervoor citeerde, vandaag de dag voor ons rechtsbedrijf moet interpreteren en toepassen. Daarover een volgende keer.

Intussen kan ik iedereen de lectuur aanraden van een alleraardigst boekje van Hans Jochen Boecker: Wegweisung zum Leben. Recht und Gesetz im Alten Testament, uitgegeven door de Deutsche Bibelgesellschaft. In niet meer dan 143 bladzijden (pocketformaat, grote letter) geeft Boecker allereerst een algemene inleiding op het Bijbelse recht en vervolgens beschouwingen over zo’n twintig afzonderlijke regels uit de wetten van Mozes. Heel interessant en heel toegankelijk.

Verder lezen?

Nu jij!

Wat denk jij? Reageer hieronder!