11 januari 2022 / 

 / 

Paul Scholten, wie was hij? ”Er is een groep mensen die nog steeds zijn werk leest, met enthousiasme.”

Paul Scholten

De meeste auteurs – dus statistisch gezien: waarschijnlijk ook ikzelf – worden na honderd jaar niet meer gelezen. Een van de uitzonderingen is de jurist Paul Scholten. Zijn werk dateert van het interbellum, de tijd tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Er is een hele groep mensen die nog steeds zijn werk leest, met enthousiasme. Ik ben één van die mensen. Dat heeft ForumC ertoe gebracht mij te vragen een blog te beginnen over de persoon en vooral over het werk van Paul Scholten. Aan dat verzoek voldoe ik graag.  

De allereerste vraag is natuurlijk: waarom Paul Scholten? Wie was hij? En wat is er zo interessant aan zijn werk, dat mensen er nog steeds door worden geïnspireerd? En de tweede vraag, evenzeer voor de hand liggend:  waarom ga ík er een blog over schrijven, wat spreekt míj aan in zijn werk, wat kan ik ermee en wat doe ik ermee. In deze aflevering geef ik antwoord op de eerste vraag. In de volgende aflevering wil ik antwoord geven op de tweede vraag. Ik heb met ForumC afgesproken dat elke aflevering tussen de 400 en 1000 woorden mag bevatten en dat mijn blog op onregelmatige tijden zal verschijnen. 

Een moeilijke taak

Paul Scholten (1875-1946) was een Nederlands jurist. Hij was hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam vanaf 1907 tot aan zijn emeritaat in 1945. Het grootste deel van zijn wetenschappelijke werkzaamheid was gewijd aan het privaatrecht. Maar hij heeft ook korter of langer tijd college geven over rechtsgeschiedenis en over rechtsfilosofie (dat heette toen nog: wijsbegeerte des rechts).  

Toen ik in de eerste helft van de jaren ’70 rechten studeerde, waren Scholten en Meijers nog de titanen van het privaatrecht. Meijers (1880-1954) was hoogleraar in Leiden geweest. De oorlog had hij, als Jood, deels doorgebracht in Westerbork en Theresienstadt. Na de oorlog kreeg hij de opdracht een nieuw Burgerlijk Wetboek te ontwerpen. Een eervolle opdracht – maar aan Scholten niet besteed. Want die had in 1938, bij het eeuwfeest van ons Burgerlijk Wetboek, laten weten dat hij een nieuw wetboek niet nodig vond.

Hem wachtte na de oorlog trouwens een andere, minstens zo gewichtige en moeilijke taak: leiding geven aan de zuivering van de Nederlandse hoge ambtenarij. Scholten had zich tijdens de oorlog duidelijk uitgesproken tegen de bezetter. Daarin was hij als jurist niet de enige; ook Cleveringa en Telders, om twee bekende namen te noemen, hadden dat gedaan. Het had Telders zijn leven gekost. Voor Scholten was de “schade” beperkt gebleven tot een verbanning naar zijn eigen buitenhuis in Hulshorst (hij heeft zijn hele leven in Amsterdam gewoond). Van daar uit heeft hij in de oorlogsjaren leiding gegeven aan de totstandkoming van de nieuwe kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk. Zijn betekenis voor het verzet wordt geëerd met een naar hem vernoemde straat in mijn woonplaats Zoetermeer. 

De Bijbel als ankerpunt

Vandaag de dag zijn de privaatrechtelijke werken van Meijers en Scholten lang niet meer zo nadrukkelijk aanwezig in de studie als destijds; jongere juristen kennen hun namen nog amper. Wat is er dan toch zo interessant aan Scholtens werk? Dat zijn z’n rechtsfilosofische opstellen.  

Als ik dat zo schrijf, “rechtsfilosofisch”, klinkt dat zwaarder dan het in werkelijkheid is. Het betreft zo’n twintig opstellen, waarvan het  merendeel bestemd was voor een niet-juridisch publiek. Dat waren bijvoorbeeld lezingen voor de NCSV (Nederlandse Christen Studenten Vereniging) of voor een theologenconferentie, of bijdragen aan christelijke tijdschriften à la Radix (voor een deel tijdschriften die Scholten zelf mede had opgericht). Ze zijn dan ook toegankelijk en doorgaans goed leesbaar voor niet-juristen. In 1913, hij was toen dus bijna 40,  had Scholten een christelijke bekering doorgemaakt. Daar was hij in de jaren (of: decennia) daarvoor geleidelijk naartoe gegroeid.

Vanaf dat moment is hij gaan publiceren over fundamentele vragen van zijn tijd. Hij bedreef daarmee rechtsfilosofie, maar niet op een technische manier. Hij behandelde brandende vraagstukken en belichtte die vanuit zijn protestants-christelijke geloof. Zijn ankerpunt was de Bijbel. Want recht en levensbeschouwing laten zich, aldus Scholten, niet scheiden. Z’n hele leven heeft hij het rechtspositivisme, dat is de opvatting dat recht is wat in de wet staat en dat er buiten de wet geen recht is, bestreden.

Voor Scholten houdt recht doen in: het zoeken naar een gerechtigheid die boven het positieve recht uit gaat. Er is een hogere norm dan het positieve recht. En niemand die zich bezig houdt met rechtsvragen kan die hogere norm buiten beschouwing laten. Voor Scholten wortelt het recht uiteindelijk in de scheiding van goed en kwaad. En dat voert ons binnen in een strijd der geesten. Want die hogere norm wordt door de een gezocht in het individu (liberalisme), door een ander in het collectief (communisme), door weer een ander buiten de mens; en welk standpunt je inneemt, heeft gevolgen voor het positieve recht.  

Dát is wat het werk van Scholten blijvend actueel maakt. Want die strijd der geesten is van alle tijden.

Deze blog is de eerste aflevering in een serie over rechtsgeleerde Paul Scholten, geschreven door jurist Wim Borst. Lees hier het tweede blog ‘Mijn kennismaking met Paul Scholten’.

Ons christen-juristennetwerk organiseert jaarlijks een Paul Scholten-studieochtend. Interesse?

– – – – – 

De uitvoerigste levensbeschrijving van Scholten is van de hand van zijn Leidse tegenvoeter E.M. Meijers in het Jaarboek 1947-1948 van de KNAW, te vinden op de site https://dwc.knaw.nl/DL/levensberichten/PE00002846.pdf.  

Andere levensbeschrijvingen zijn te vinden in het Biografisch Woordenboek van Nederland, zie http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn1/scholten, op de site van het Digital Paul Scholten Project van de UvA, zie https://paulscholten.eu/biography-of-paul-scholt-en/

en in het Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme, zie http://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/blnp/#source=4&page=388

Een inleiding tot het denken van Scholten heb ik gegeven in mijn opstel “Paul Scholten en de rule of law” in het Nederlands Tijdschrift voor Rechtsfilosofie & Rechtstheorie 2004, nr. 3 (p. 299-314), te vinden op deze site. 

Verder lezen?

Nu jij!

Wat denk jij? Reageer hieronder!