
“Het regt staat volstrekt niet stil omdat het vacantie is”, las ik eens in het Weekblad van het Regt, de negentiende-eeuwse voorloper van het Nederlands Juristenblad. Misschien heeft de schrijver zich iets te sterk uitgedrukt. Het recht staat niet helemaal stil, nee; maar het draait toch wel een tandje minder. En dat geldt voor veel in de zomervakantie.
Iemand die deze zomer hard heeft doorgewerkt, is Maurits Potappel. Wie is deze Maurits? Hij heeft Rechten gestudeerd en werkt nu bij de Theologische Universiteit Utrecht aan een proefschrift over de verhouding tussen kerk en mensenrechten. Tussen de bedrijven door heeft hij in 2024 onder meer het Institute for Christian Personalism opgericht (zie de site https://www.institutecp.com/ ) en een artikel gepubliceerd in Radix, een uitgave van ForumC, onder de titel “Waar komen mensenrechten vandaan?”.
De afgelopen zomer heeft hij gewerkt aan de uitgave van een bundel over het personalisme. De verschijning van de bundel is voorzien op 3 oktober a.s. In deze bundel beschrijven de auteurs wat personalisme (met of zonder hoofdletter? daar komt ik straks op terug) inhoudt en hoe het de totstandkoming van de Europese eenwording heeft beïnvloed. Het doel van de bundel is om het personalisme opnieuw onder de aandacht te brengen en daarmee richting te geven aan het debat over Europese waarden. Want Europa heeft in deze tijd van existentiële dreiging weer behoefte aan een filosofie waarin de mens als persoon centraal staat.
Waarom aandacht voor deze bundel in een blog over Paul Scholten?
Personalisme
Paul Scholten staat te boek als Personalistisch denker. Dat is in deze blog al meermalen aan de orde geweest. De bundel van Maurits Potappel verschijnt als uitgave van het Thijmgenootschap, een Rooms-Katholieke wetenschappelijke instelling. De personalistische denkers die in de bundel besproken worden, zijn voor een belangrijk deel Franse Katholieke filosofen en theologen. In dat gezelschap is Paul Scholten een buitenbeentje: hij was Nederlander, protestant en jurist. Dat was op zichzelf al voldoende reden voor Maurits Potappel om in deze bundel aandacht aan Scholten te schenken. Zo laat de bundel iets zien van de breedheid van de personalistische traditie.
De bundel focust grotendeels op het personalistisch geboortemoment in de jaren ’30 van de twintigste eeuw, met namen als Emmanuel Mounier, Gabriel Marcel, Jacques Maritain en Denis de Rougemont. Opmerkelijk genoeg zijn dit niet de denkers aan wie Scholten zijn Personalisme heeft ontleend. Hij rept hiervan voor het eerst in een opstel uit 1924. In dat opstel verwijst hij naar een brochure van Philip Abraham Kohnstamm uit 1922. Deze Kohnstamm, vriend, collega en leeftijdgenoot van Scholten, is vooral (nog) bekend als pedagoog. Weinigen weten dat hij van origine fysicus was. In de loop der jaren is zijn aandacht verschoven van de fysica, in het bijzonder de thermodynamica, naar de filosofie, de theologie en vooral de pedagogiek. Over al die onderwerpen heeft hij veel geschreven. Het Personalisme komt bij hem voor het eerst ter sprake in zijn inaugurele oratie als hoogleraar pedagogiek uit 1919. Hoe verhoudt zich dat Personalisme tot het personalisme van de zojuist genoemde Franse denkers, die in de bundel centraal staan?
In 1947 schrijft Kohnstamm daarover dat hij de term Personalisme gebruikt in een betekenis “die afwijkt van de thans meest gebruikelijke”. En dat hij in 1919 nog geen kennis had gemaakt met die “thans gebruikelijke” betekenis, noch met de daarmee verbonden namen Mounier, Maritain en Denis de Rougemont. Kohnstamm karakteriseert hún versie van het personalisme als “een anthropocentrisch-humanistischen gedachtengang, omdat allereerst aan vragen betreffende den mensch en de menschelijke samenleving wordt gedacht, zonder dat verscheidenheid van geloofsfundeering ter sprake komt.” Zijn eigen Personalisme karakteriseert hij daarentegen als “een wijze van denken waarin de centrale kategorie die van de Persoonlijkheid Gods is”. Zo stelt hij zijn theocentrische Personalisme in contrast met wat hij dus noemt de “anthropocentrisch-humanistische” versie. En dat brengt hij tot uitdrukking door het eerste met een hoofdletter en het tweede met een kleine letter te schrijven.
Zoals gezegd, Scholten sluit zich in 1924 met zoveel woorden aan bij dit Personalisme van Kohnstamm. Wat dat praktisch betekent, daarvoor moet ik de lezer verwijzen naar mijn bijdrage aan de bundel. Hier wil ik nog kort stilstaan bij de relatie tussen Scholten en Europa.
Europa
De ondertitel van de bundel luidt: “Op zoek naar de Europese waarden”. Niet zo maar: “Europese waarden”, maar: “de Europese waarden”.
In Scholtens tijd, 1875-1946, was er nog geen sprake van Europese eenwording. Integendeel, er was sprake van een afschuwelijke alomvattende Europese oorlog. Aan het begin van die oorlog, 1939, wijdt Scholten er twee opstellen aan: een in september en een in november. In het eerste kijkt hij terug naar de voorgaande oorlog, 1914-1918. In het tweede kijkt hij vooruit onder de veelzeggende titel: “Over den toekomstigen vrede”. Ik citeer tot besluit van deze blog uit dat laatste, om de verwantschap te laten zien tussen het denken van Scholten en het personalistische gedachtengoed dat in deze bundel als grondslag wordt gezien voor “de” Europese waarden:
Een nieuwe vrede is alleen mogelijk, indien in eenigen vorm weder een internationale organisatie in het leven wordt geroepen ter regeling en handhaving dier orde. Dat sluit heel veel in. Het is de erkenning van recht boven den Staat, de beperking der souvereiniteit, indien die als absolute macht wordt gezien. (…)
De Kerk heeft te bedenken, dat een internationale orde alleen mogelijk is, indien zij Christelijk is gefundeerd. Zij heeft dit te prediken. In een humanisme kan men nu eenmaal niet gelooven. Wie op een anderen grond bouwt dan in Christus is gelegd, zet altijd een huis op zand. In den storm valt het huis (…)
(h)umaniteit is alleen dan van waarde, indien zij in het meer dan humane is ingebed, indien zij boven zich zelf uitwijst. De nieuwe vrede zal zich moeten hoeden voor het gevaar van ieder humanisme, dat niet rekent met het radicale karakter van het kwaad.
Namens de redacteur mag ik alle lezers uitnodigen voor het symposium volgende week vrijdag in Utrecht, waar de bundel wordt gepresenteerd. Zie https://thijmgenootschap.nl/evenement/symposium-het-personalisme/ .









