16 december 2025 / 

 / 

Ora et labora

“Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen”, zegt de Heer (Johannes 15 vers 5). “Zonder Mij kun je niets doen” – hoe bewust ben ik mij daarvan? Kan ik echt “niets” doen zonder Christus?

“Niets”; dat staat er wel erg radicaal. En nog zo’n radicaal woord: “Wat gij ook doet, verricht uw werk van harte, als voor de Here en niet voor mensen”, Kolossenzen 3 vers 23. “Wat je ook doet”; dat omvat dus alles wat ik doe. Doe ik werkelijk alles van harte, als voor de Heer en niet voor mensen? Natuurlijk, het meeste van wat wij juristen doen, doen we in opdracht van mensen: onze werkgever, onze cliënten. Maar doe ik het ook ”als voor de Heer”; dus als ware Hij de opdrachtgever?

Zoals ik eerder schreef: dat kan op twee niveaus. Ten eerste op deugden-niveau, doordat je je best doet om een goede jurist te zijn, je dienstbaar opstelt, eerlijk bent, betrouwbaar, ijverig, integer, vakbekwaam. Je jurisprudentie en vakliteratuur bijhouden, stevig studeren als dat nodig is voor een zaak; collegiaal en hulpvaardig zijn, vriendelijk voor je cliënten.

Recht, moraal, mensbeeld

Ten tweede op vakinhoudelijk niveau. Recht is de neerslag van morele en politieke keuzes. En die keuzes zijn levensbeschouwelijk bepaald. Christen-zijn heeft dus consequenties voor de manier waarop ik omga met het recht. Hoe vul ik het begrip van rechtvaardigheid in in allerlei situaties? Of op een wat abstracter niveau: wat is het doel van het recht? En welke maatstaven hanteer ik om te bepalen wat rechtvaardig is? Positief recht wijst altijd boven zichzelf uit naar beginselen, uitgangspunten, vooronderstellingen.

En op een nog fundamenteler niveau: recht en rechtstoepassing worden (mede) bepaald door ons mensbeeld en ons wereldbeeld. Zijn wij, mensen, het toevallig product van evolutie en is alles wat wij doen enkel gericht op voortbestaan van de soort? En geldt dat dus ook voor het recht? Of is recht louter een product van machtsuitoefening: wie de macht heeft, bepaalt wat recht is? Of zijn er hogere beginselen en morele uitgangspunten, is er een “Law above the law”, waaraan het positieve recht moet voldoen en dat wij in ons werken aan en in het recht altijd moeten nastreven en respecteren? En zo ja, wat houdt dat “Law above the law” dan in? Is het kenbaar? Hoe dan? Bestaat er zoiets als natuurrecht? (En wat houdt “bestaan” in dit verband eigenlijk in?) Of zijn we met die hogere beginselen uitgeleverd aan niets dan de willekeur van een godheid, die bij wijze van spreken ook wel zou kunnen bepalen dat wit zwart is en zwart wit?

“Wee hun …”

“Wee hun die het kwade goed noemen en het goede kwaad; die duisternis voorstellen als licht en licht als duisternis; die bitter doen doorgaan voor zoet en zoet voor bitter”, zei Jesaja (5 vers 20) al 750 jaar voor Christus. Maar wat is “goed” en wat is “kwaad”, wat is “duisternis” en wat is “licht”, wat is “bitter” en wat is “zoet”? Hoe bepaal je dat? Is het louter een kwestie van smaak, of van gevoel? Wat is je maatstaf, wat is je bron?

Wee jou, als je het verkeerd doet, zegt Jesaja hier. En alsof dat nog niet genoeg is, voegt hij eraan toe: “Wee hun die in eigen oog wijs zijn en in eigen oordeel verstandig.” Als dat zo is, waar moet ik dan die wijsheid en die verstandigheid vandaan halen?

Het is zo bezien niet gering wat er van een jurist wordt verwacht. Je zou er moedeloos van kunnen worden. Misschien toch een reden om te erkennen dat ik zonder Christus “niets” kan doen.

Belofte en voorwaarde

“Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht”, zo luidt de belofte die in het geciteerde vers vooraf gaat aan het “zonder Mij kun je niets doen”. En in die belofte zit de voorwaarde al verpakt: “Wie in Mij blijft”. Hoe gaat dat in z’n werk? Dat zegt de Heer er meteen achteraan: “Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden”.

Ik lees hier drie dingen in. 1e “In Hem blijven”, dat is: trouw zijn aan Hem, leven naar Zijn Woord. 2e “Mijn woorden in u blijven”: dus Zijn woorden bestuderen, overdenken, lezen; Zijn woorden “overpeinzen bij dag en bij nacht” (Psalm 1 vers 2). 3e “Vraag wat je maar wilt“: dus bidden, je afhankelijkheid belijden en beleven, Hem om wijsheid vragen voor de dingen waar je, ook in je beroepsmatig werk, mee bezig bent. Zoals het spreekwoord zegt: “ora et labora”. Het gaat naar mijn begrip zelfs nog een stap verder: “ora est labora” – bidden is werken. Ook voor juristen.

Bundestagung 2026

Met dat laatste, gebed, zijn we aangekomen bij het thema van de Bundestagung (landelijke conferentie) 2026 van de Duitse vereniging Christ und Jurist: “Ora et labora”. Dat gaat over de betekenis van gebed voor ons praktisch jurist-zijn. Gebed als thema van een conferentie van juristen? Ja; als je tot je door laat dringen wat je professionele verantwoordelijkheid is, hoe ver die reikt, dan is er alle reden om je te bezinnen op het belang van gebed voor je dagelijks werk als jurist en hoe je dat praktisch kunt invullen. En om bemoedigd te worden om daarmee aan het werk te gaan, om het te gaan dóen. Want: “Gebet ist nicht alles, aber ohne Gebet ist alles nichts“.

Via de volgende link vind je de uitnodiging voor de conferentie, inclusief het programma: Bundestagung van Christ und Jurist – ForumC.

De datum is 10-12 april 2026, de plek een fraai gelegen congreshotel even ten noorden van Wiesbaden. “Frühbucher” (tot 05.01.2026) krijgen € 50 korting op de “Normalpreis”, “Spätbucher” (na 03.03.2026) betalen € 50 bovenop de “Normalpreis”.

Verder lezen?

Nu jij!

Wat denk jij? Reageer hieronder!