
“Wir brauchen keine Information, wir brauchen Offenbarung”. Een verrassende uitspraak voor een jurist. Juristen leven immers van informatie; ze zijn pur sang informatie(ver)werkers. Wat dan? Hebben de Duitse collega’s genoeg van al dat informatie verwerken? Willen ze achterover gaan leunen en gaan zitten afwachten tot hun geopenbaard wordt wat ze allemaal moeten weten en moeten doen? Ophouden met onderzoek doen, feiten verzamelen, wetten en jurisprudentie bestuderen, lezen, lezen en nog eens lezen, dikke dossiers aanleggen, al dan niet digitaal? Kortom, stoppen met werken?
Nee, dat is niet het plan. Toch kenmerkte deze uitspraak kort en bondig de inzet en de sfeer van de Bundestagung 2026 van de Duitse vereniging Christ und Jurist. Het thema was: Ora et labora. Ik heb daarover een paar keer eerder geschreven in deze blog. Het blijkt een uitspraak van Benedictus te zijn, de stichter van de Benedictijner Orde. De tweeslag geeft al direct aan dat het niet de bedoeling is te stoppen met werken. Het is immers: ora et labora; bid en werk. Die twee moeten in evenwicht zijn.
Een aansporing om te werken zullen de meeste juristen niet nodig hebben. Voor veel collega’s is het hard werken geblazen. Sterker nog: we kunnen ervan uitgaan dat de meeste juristen wel hard werken – maar ook dat ze weinig of niet bidden. Het evenwicht is dus wel degelijk zoek. Maar hoe moet het dan? En kàn het eigenlijk wel anders?
Daarover ging het op deze Bundestagung, een heel weekend lang, van 10 tot 12 april jl. in Wiesbaden. De conferentie bood een inspirerend geheel van lezingen, workshops, tijd voor ontmoeting en gesprek – en voor gebed. Niet in de sfeer van “how to”; bijvoorbeeld: een tienpuntenplan om effectief te leren bidden. Want met zo’n plan ben je nog steeds in de sfeer van zelfhulp, time management, of desnoods lifestyle; dat soort dingen. En als gebed iets niet is, dan is het wel zo’n vorm van self management. Bidden is: je onmacht erkennen, je tekort onder ogen zien – en je daarom tot God wenden. Bidden is ook een vorm van liefhebben.
Dat verdraagt zich niet met tips and tricks, met recepten voor gegarandeerd succes. Wat er wèl bij past, zijn getuigenissen van mensen die ervaring hebben met gebed in relatie tot hun dagelijks werk. De plenaire toepraken waren dan ook vooral zulk soort getuigenissen. Geen toverformules, wel lessons learned. En dat natuurlijk bij een open Bijbel. Want daarin staan talloze ervaringen, lessons learned, van mensen in vergelijkbare situaties als de onze. Er mag in de loop der eeuwen veel veranderd zijn in de wereld, wat niet veranderd is, is de worsteling om wijsheid en inzicht, de worsteling om je geloof en je levensbeschouwing te verbinden met je dagelijks werk, de worsteling om in alle situaties die zich voordoen het goede, of liefst het beste, te kiezen – en dat vervolgens tot uitvoering te brengen. Dat zal ook niet veranderen, alle artificiële intelligentie ten spijt.
Ik ga hier geen samenvatting geven van wat er op de conferentie is gezegd. Er zijn al zo veel boeken over de kunst van het gebed. Het gevaar is dat we dat als informatie tot ons nemen en vervolgens overgaan tot de orde van de dag. Ook in zo’n conferentie schuilt dat gevaar: het was mooi, het was inspirerend, we hebben veel goede en mooie ervaringen opgedaan, en… dat was het dan? Dan zou de conferentie haar doel hebben gemist.
Toen de discipelen aan Christus vroegen: “Heer, leer ons bidden”, gaf hij een opmerkelijk kort antwoord. Je kunt dat vinden in Lukas 11 vers 1-4. Waarom zo kort? Matteüs 6 vers 9-13 geeft een iets langere versie, die in veel kerken en kringen pleegt te worden gereciteerd als “het Onze Vader”. Was dat Christus’ bedoeling? Dat denk ik niet. Want voor je het weet, maak je er dan toch weer een formule van; “all in” zelfs – dus na dat gebed uitgesproken te hebben, kun je weer overgaan tot de orde van de dag. Christus’ bedoeling was nu juist om zijn hoorders aan het werk te zetten. Want bidden is werken; ora est labora.
Wat is dan wèl de functie van dit “Onze Vader”? Die functie is dat Christus hiermee zijn leerlingen – dus ons – “die Grundanliegen des christlichen Betens zeigen wollte”; niet meer en niet minder. Ons bidden moet een onderdeel worden van onze “orde van de dag”, net als ons werken en ons spelen, ons slapen en ons eten, ons sporten en ons vakantie vieren, etcetera. Ook – en misschien wel: juist – als die orde vaak meer een wanorde is. Want: ora est labora.








