22 juni 2026 / 

 / 

“Men moet mijn werk in zijn geheel lezen”

Zou deze blog niet over het werk van Paul Scholten gaan? Jazeker. Ben ik daar dan de laatste maanden niet een eind van afgeweken met al die afleveringen over buitenlandse conferenties?
Ja en nee.
Ja, op het eerste gezicht natuurlijk wel: de naam van Scholten is in die afleveringen niet meer genoemd.
Maar ook: nee; want het gaat uiteindelijk nog steeds over hetzelfde. Het gaat over de verbinding van geloof en beroep, van geloof en wetenschap; over het ontwikkelen en uitdragen van een christelijke visie op en omgang met het recht. Daar was het Scholten om te doen en dat is ook de inzet van de verschillende conferenties die ik heb aangekondigd en/of beschreven.
Intussen gaat het lezen en interpreteren van Scholten ook door.

Rechtsmethodologie en rechtsfilosofie

Zo schreven eind vorig jaar twee deskundigen op het gebied van het arbeidsrecht een artikel over de toepassing van Scholtens methode van rechtsvinding in de jurisprudentie van de Hoge Raad over een arbeidsrechtelijk onderwerp. Toen ik het las, viel mij iets op wat ik ook bij andere auteurs al had opgemerkt.
Men leest het methodologische werk van Scholten. Dat is het Algemeen Deel in de “Asser-serie” Handleiding tot de beoefening van het Nederlands burgerlijk recht. Een of meer delen uit die serie zijn al meer dan honderd jaar verplichte kost voor elke rechtenstudent. In dat Algemeen Deel schreef Scholten een beschouwing over de methode van het privaatrecht. Het verscheen in 1931 en wordt nu nog altijd gelezen en bestudeerd; het is een standaardwerk als weinig andere.
Daarnaast heeft Scholten ook veel geschreven over recht en levensbeschouwing. Dat werk omvat een aantal lezingen en artikelen die na Scholtens overlijden zijn gebundeld tot een boek van circa 500 bladzijden. Het is om zo te zeggen zijn “rechtsfilosofie”. Het is de rechtvaardiging van deze blog. Maar dàt werk wordt buiten een kleine kring van “liefhebbers” nauwelijks meer gelezen; een lot dat Scholten uiteraard deelt met vele andere schrijvers.

Zelf placht Scholten te zeggen: “men moet mijn werk in zijn geheel lezen”. Dat klinkt ietwat pedant. Maar dat valt wel mee als je bedenkt dat veel rechts- en andere filosofen ons een oeuvre van soms wel duizenden pagina’s hebben nagelaten.
Toch merk ik, als een van die liefhebbers die alles van Scholten (willen) lezen, dat hij gelijk had. Scholtens rechtsmethodologie is niet te begrijpen zonder kennis te hebben van zijn mensbeeld en van zijn visie op de verhouding tussen recht en moraal; van zijn rechtsfilosofie dus. Dat geldt ook het bedoelde artikel van twee auteurs in het Tijdschrift Recht en Arbeid (TRA). Als een reactie daarop heb ik een stukje geschreven en aangeboden aan de redactie. Tot mijn vreugde is dat onverkort geplaatst (waarvoor ik de redactie hier graag nogmaals bedank). Het komt bij deze ook op de site van ForumC en wordt, zoals dat in de rechtspraak  heet, “als hier herhaald en ingelast beschouwd”. Klik hier voor het artikel.

Vervolgens bleek mij dat je Scholtens rechtsmethodologie ook niet goed kunt begrijpen zonder zijn kennistheorie te kennen. Daarover meer in de volgende aflevering.

Verder lezen?

Nu jij!

Wat denk jij? Reageer hieronder!