24 januari 2023 / 

 / 

Matthijs de Jong, hoogleraar Bijbelvertalen: ”Iedere vertaling is een nieuwe compositie”

Matthijs de Jong

Sinds 1 maart 2022 is Matthijs de Jong bijzonder hoogleraar Bijbelvertalen aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU). Daarnaast is hij betrokken geweest bij verschillende recente vertalingen van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap (NBG). Hij schreef ook twee boeken over hoe je dat goed doet, Bijbelvertalen. Een mooie reden om met hem in gesprek te gaan. Wat drijft iemand om zo intensief met de details van de Bijbel bezig te zijn en telkens op zoek te gaan naar een nieuwe – en misschien wel betere – vertaling?  Hier volgt een verkorte versie van het interview dat te lezen is in Radix #4 2023 ‘Wonen, plezierig of problematisch?’. In het tijdschrift Radix worden bij dit interview ook enkele Bijbelteksten uitgewerkt als voorbeeld(Bestel ‘m hier).

Wanneer is uw enthousiasme voor Bijbelvertalen ontstaan? 

De Bijbel heeft van jongs af aan mijn interesse. Mijn enthousiasme voor taal begon op de middelbare school met de vakken Grieks en Latijn: hoe door het precies vertalen van teksten zich een tot dan toe geheime wereld openbaart. Later op de universiteit Leiden, waar ik theologie studeerde, kwam daar het Hebreeuws bij. In Leiden en later in Oxford heb ik ook het Akkadisch bestudeerd, een oude Semitische taal. Het is de taal van Mesopotamië, in de tijd van de Bijbel een wereldmacht. Het vertalen dat ik als student voor die opleiding moest doen werpt een aardig licht op discussies over Bijbelvertalen. Als eerstejaarsstudent doe je aan het eind van het onderwijsjaar een oefening om te laten zien wat je hebt geleerd. Je krijgt van je docent twintig voorbeeldzinnen, die moet je goed vertalen. Als het lukt, je doorziet die zin, dan komt er een kloppende Nederlandse tekst uit. Dat is vertalen als een schooloefening: als je het goed doet, haal je een tien. 

Achter iedere Bijbelvertaling zit een interpretatie: een poging om te begrijpen waar het aan raakt, waar het op doelt en waarmee het samenhangt. 

In het tweede en derde jaar van mijn studie mocht ik koningsinscripties lezen: teksten van de grote Assyrische en Babylonische koningen waarin zij hun heldendaden uit de doeken doen. Ik ploeterde door de teksten tot de docent vroeg: ‘Begrijp je ook wat hij hier schrijft?’. Nee, eigenlijk niet. ‘Hier typeert de koning zichzelf in de rol van Gilgamesj, de grote held uit het oerverleden’, legde de docent mij uit. ‘En hier beschrijft hij zijn overwinning met termen ontleend aan het scheppingsverhaal.’ 

Ik realiseerde mij: ik beheers de taal wel een beetje, maar wat er echt wordt geschreven en bedoeld, heeft alles te maken met de cultuur van toen en met andere teksten uit die tijd. Een verborgen wereld die je stap voor stap moet veroveren voor je zelfstandig zo’n tekst kan begrijpen, vertalen en uitleggen.

Bij het beoordelen van een Bijbelvertaling wordt er vaak geredeneerd alsof het een schooloefening is, waarbij je een tekst óf goed óf fout vertaalt. De culturele context speelt echter mee, en dat is geen gesloten systeem. Achter iedere Bijbelvertaling zit een interpretatie: een poging om te begrijpen waar het aan raakt, waar het op doelt en waarmee het samenhangt. Je kunt zo’n vertaling dan ook veel minder makkelijk een cijfer geven. Het is per definitie werk met een open einde. 

Worden vertalingen wel beter in de loop van de tijd? 

In een aantal opzichten zeker. We hebben toegenomen kennis, in de Bijbelse talen maar bijvoorbeeld ook van archeologie en ten aanzien van de Bijbelhandschriften. De vertaling is daarmee verfijnd en verbeterd. En dankzij de wetenschappelijke bestudering van het vertalen – een studie die sinds de tweede helft van de twintigste eeuw bestaat – zijn we nu veel beter in staat om volgens een doordachte en uitgewerkte vertaalmethode te werk te gaan. Ook daardoor is de kwaliteit van vertalingen erop vooruitgegaan. Maar een belangrijke factor bij het vertalen is inlevingsvermogen in de culturele wereld van de brontekst. En daarin is een moderne vertaler niet bij voorbaat beter dan een collega-vertaler van eeuwengeleden. Dat blijft een kunst. 

Er zit iets heel bijzonders in Bijbelteksten: dat ze vandaag de dag nog van diepe waarde zijn voor zoveel mensen, inclusief mijzelf. 

Vanwaar die liefde voor Bijbelteksten? 

Als je historisch kijkt komen de Bijbelse teksten niet uit een toonaangevende cultuur, maar uit een relatief onbelangrijk gebied. Toch hebben ze de tand des tijds doorstaan en zijn ze van grote betekenis van generatie op generatie en voor mensen van verschillende godsdiensten. Er zit iets heel bijzonders in die teksten: dat ze vandaag de dag nog van diepe waarde zijn voor zoveel mensen, inclusief mijzelf. Aan de ene kant ademen ze de sfeer van hun tijd, maar aan de andere kant laten ze ook een nieuw, en uniek, geluid horen. Het is geweldig om dit verschijnsel langs de weg van talig onderzoek en geschiedenis te bestuderen. 

Nieuwe vertalingen liggen soms gevoelig en er worden bepaalde interpretaties als juist geclaimd. Mensen zien het als woorden van God waar afbreuk aan gedaan kan worden. Voelt u die druk als vertaler? 

Ik denk dat Bijbelvertalers een groot besef van verantwoordelijkheid hebben, bedachtzaam hun werk doen en niet lichtvaardig vertalen. Maar deze vraag raakt ook aan de status van oudere vertalingen die als ijkpunt genomen worden. Wat dat betreft ben ik geneigd om mensen uit te leggen dat bijvoorbeeld de Statenvertaling, hoe eerbiedwaardig ook, uiteindelijk ook maar een poging is om de brontekst in het Nederlands te vertalen. Het is een vreemd fenomeen om een specifieke vertaling onaantastbaar te maken. Alsof de Nederlandse taal niet verandert en er sindsdien geen relevante inzichten bij zijn gekomen. Ook de statenvertalers maakten gebruik van de inzichten van hun tijd.  

Hoe heeft de NBV21 u als vertaler veranderd? 

Bij het werk aan de NBV21 heb ik geleerd, mede vanwege de vele complexe dilemma’s waar we op stuitten, dat het hele vertaalteam het beste van zichzelf in het werk moet kunnen leggen. Anders kom je er niet uit. Je hebt ieders inbreng maximaal nodig. Daarvoor is nodig dat je goed naar elkaar luistert en de ander als verlengstuk van jezelf gaat zien. Je werkt nauw samen en je zit soms ook in elkaars vaarwater. Maar juist dat kan het meeste opleveren, mits je het niet als bedreiging ziet, maar als een verrijking. Ik ben ook nog steeds onder de indruk van de veelheid aan reacties op de NBV: van vrijzinnig tot orthodox en van katholiek tot evangelisch. Er sprak een enorme drive uit om een zo goed mogelijke vertaling van Gods Woord te verkrijgen. Het was een voorrecht om daaraan bij te dragen. En nu de NBV21 klaar is hoop ik daar op nieuwe manieren mee door te kunnen gaan. 

Bestel Radix #4 2022 hier.

Verder lezen?

Nu jij!

Wat denk jij? Reageer hieronder!