30 juni 2025 / 

 / 

Paul Scholten: architect van de PKN?

Paul Scholten (1875-1946) was niet alleen actief in de wetenschap, de samenleving en de politiek, maar ook in de kerk. Afkomstig uit een min of meer vrijzinnig christelijk milieu, is het christelijk geloof in de loop der jaren een steeds grotere rol in zijn leven gaan spelen. Uiteindelijk werd hij in of rond 1914 een overtuigd christen. In 1923 trad hij toe tot de Nederlandse Hervormde (hierna: N.H.) Kerk. In die kerk zou hij een grote rol gaan spelen.

De N.H. Kerk anno 1816

De N.H. Kerk is (of misschien beter: was; zie hierna) de voortzetting van de Gereformeerde Kerk tijdens de Republiek, dat is: de “Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden”. Als zodanig is zij uit een oogpunt van organisatie de oudste Protestantse kerk in Nederland. De Gereformeerde Kerk was in de Republiek de bevoorrechte Kerk, maar zij was verre van onafhankelijk. De staat (de Republiek) had een flinke vinger in de kerkelijke pap. Toen de Republiek in de Franse tijd ten onder ging, sleepte zij dan ook de georganiseerde Kerk in haar val mee.

Na de Franse tijd herstelde koning Willem I de Kerk. Onder de Grondwet van 1815 kwam er in het Koninkrijk, overeenkomstig de ideeën van de Verlichting, geen staatskerk of bevoorrechte kerk meer, maar wel, overeenkomstig de ideeën van het verlicht despotisme, een intensieve bemoeienis van de vorst met kerkelijke zaken. In 1814 was er al een afzonderlijk departement ingesteld voor hervormde en andere erediensten, behalve de rooms-katholieke. Op dat Departement werden de reorganisatieplannen voor de Kerk uitgedacht; dus niet in of vanuit de Kerk zelf. Die plannen mondden uit in een document, dat bekend staat als het Algemeen Reglement van 1816.

In dit Algemeen Reglement was qua besturing een top-down model neergezet: de Kerk werd hiërarchisch bestuurd. Het bestuur werd synodaal, provinciaal, classicaal en gemeentelijk uitgeoefend, waarbij het hoogste kerkelijk bestuur was opgedragen aan de synode. Er werd van bovenaf, vanuit de top (= de synode) naar de basis (= de gemeenten) gedacht. De “lagere” kerkbesturen hadden de plicht aan de aanschrijvingen der hogere colleges te voldoen. En als een “lager” kerkbestuur bezwaar had tegen besluiten van een hoger college, kon het zich bij een nóg hoger bestuur beklagen, echter “onder gehoudenheid nochtans, van aan de ontvangene bevelen [!] inmiddels te gehoorzamen”. De hoogste hiërarch ten slotte was de koning: voor alle besluiten van enig belang, zowel van de synode als van de provinciale en classicale besturen, was diens goedkeuring vereist.

Protest

Deze hiërarchische structuur was overgenomen van de denkbeelden over de staat uit de tijd van de Franse Revolutie en het Napoleontische tijdvlak. Zij heeft reeds in de negentiende eeuw tot veel protest in de Kerk aanleiding gegeven. Velen bekritiseerden haar als zijnde onkerkelijk en ongeestelijk. De protesten kwamen vanuit vele hoeken en invalshoeken. Tot resultaat leidden zij echter niet. Dat gaf sommigen aanleiding de N.H. Kerk te verlaten en eigen kerkgenootschappen te stichten. De Wet op de kerkgenootschappen van 1853 bood daartoe alle ruimte.

Intussen leidden de meningsverschillen binnen de N.H. Kerk tot een ware richtingenstrijd. Over hoe het níet moest, kon men het misschien tot op zekere hoogte wel eens worden: de bemoeienis van de staat met kerkelijke zaken moest verdwijnen. Maar over hoe het dan wèl moest, liepen de meningen ver uiteen.

Die richtingenstrijd heeft zo’n honderd jaar geduurd. Vanaf de jaren ’30 van de vorige eeuw ging Scholten zich in de discussies mengen. Dat leidde ertoe dat hij in de ene na de andere vereniging en commissie terecht kwam – en daar meestal de rol van voorzitter kreeg. Ten slotte werd hij in 1942 voorzitter van de Commissie voor beginselen van kerkorde. In dezelfde tijd werd hij door de bezetter ontslagen als hoogleraar en verbannen uit zijn woonplaats Amsterdam naar zijn eigen buitenhuis in Hulshorst. Zonder toestemming van de Sicherheitsdienst mocht hij zich niet buiten de provincie Gelderland begeven. De meeste vergaderingen van de Commissie zijn in Nunspeet gehouden.

Door zijn ontslag en verbanning had Scholten veel tijd om zich onder meer aan zijn kerkelijke activiteiten te wijden. En hij had in zijn buitenhuis een kleine bibliotheek. Het werk van de genoemde Commissie werd voortvarend ter hand genomen. Binnen twee jaar leverde de Commissie  een document op. Dat document, de zgn. “Werkorde”, werd door de Kerk omarmd en is de grondslag geworden van de kerkorde voor de N.H. Kerk die in 1951 werd ingevoerd. De invloed van Scholten op de totstandkoming èn op de inhoud van dit document is groot. De N.H. Kerk is op 1 mei 2004 opgegaan in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).

De studieochtend 2025

Het is natuurlijk intrigerend dat een commissie onder leiding van Paul Scholten in twee jaar tijds een resultaat kon opleveren waarover al honderd jaar fel was gestreden en waarover men het al die tijd niet eens had kunnen worden. Hoe kan dat? Dat is de centrale vraag voor de Paul Scholten-studieochtend van dit jaar.

Als spreker is uitgenodigd mr. dr. Hélène Evers. Zij heeft diepgaand studie gemaakt van de beginselen van de kerkorde van 1951 en van al het werk dat daaraan is voorafgegaan. Zowel haar afstudeerscriptie (1991) als haar proefschrift (2000) waren eraan gewijd.

Meer in het bijzonder zijn aan mr. Evers de volgende deelvragen voorgelegd:

  1. Wat is inhoudelijk gezien de belangrijkste bijdrage van Scholten geweest aan de kerkorde van de N.H. Kerk van 1951, welke aan Scholten ontleende grondgedachten (uitgangspunten, principes) liggen eraan ten grondslag?
  2. Wat is er bijzonder aan die grondgedachten in juridisch en/of theologisch opzicht? Dus de principes bezien in contrast met de uitgangspunten die aan andere kerkordes ten grondslag liggen.
  3. Zijn die grondgedachten ook nu nog aanwijsbaar in de kerkorde van de PKN? En zo ja, wat betekent dat voor het functioneren van dat kerkverband, in hoeverre onderscheidt het zich daarmee van andere kerkverbanden?

———————

De afstudeerscriptie van Hélène Evers is te vinden op de site van het Deddens Kerkrecht Centrum: https://kerkrecht.nl/content/evers-h-1991/ .

Verder lezen?

Nu jij!

Wat denk jij? Reageer hieronder!