16 mei 2024 / 

 / 

De Tien Geboden en ons recht 

Wat moeten wij in ons moderne recht met de Tien Geboden? Ze staan in de Bijbel, zijn zowel voor Joden als voor christenen heel belangrijk, een fundament van zowel de Joodse als de christelijke moraal. Maar wat moeten we ermee in de samenleving, in de politiek? Moeten we ze incorporeren in onze wetgeving? Kunnen – of móeten ze misschien zelfs – dienen als een soort van grondwet, een basis waarop we ons hele “christelijke” rechtssysteem bouwen?  

Christelijke auteurs hebben in de loop der eeuwen verschillende antwoorden gegeven op deze vragen. In zijn voordracht voor de Paul Scholten-studieochtend van 2018 heeft Matthijs de Blois een overzicht gegeven van (een aantal van die) antwoorden. Zijn voordracht, gepubliceerd in Radix 2019, nummer 1, is te vinden op deze site (scroll naar beneden). Zie vooral de paragraaf over De Torah en het christendom (blz. 9-11). 

Paul Scholten geeft een geheel eigen antwoord. De kern daarvan is te vinden in twee opstellen uit 1935, getiteld Over den rechtsstaat (1935a) en Rechtsbeginselen (1935b). Het eerste hebben we besproken in onze Scholten-leeskring in Rotterdam van 29 februari; ik schreef daarover in de laatste twee afleveringen van deze blog. Het tweede staat op de agenda van de leeskring van 30 mei a.s. De beide opstellen vullen elkaar mooi aan. Waarbij opmerkelijk is dat ze voor een heel verschillend publiek waren bedoeld. Over den rechtsstaat was een rede op een theologenconferentie, dus voor een christelijk publiek; Rechtsbeginselen was een Voordracht voor de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW), afd. Letterkunde, dus voor een algemeen (maar wel wetenschappelijk) publiek. 

Recht

De meeste, of misschien wel alle auteurs die De Blois noemt, beginnen hun beschouwing aan de kant van de theologie. Scholten begint aan de kant van het recht. Dat geldt voor alles wat hij heeft geschreven. Wat houdt dat in? Twee dingen. Ten eerste: recht drukt een behoren uit. Het is dus niet maar iets instrumenteels: we willen als overheid iets bereiken, bijvoorbeeld dat er minder gerookt wordt omdat roken slecht is voor de gezondheid en hoge kosten voor de samenleving meebrengt, en daarom vaardigen we wat regels uit. Nee, het gaat in het recht om morele (“zedelijke” in Scholtens taalgebruik) waarden. En ten tweede: recht is een vat vol tegenstrijdigheden. Dat geldt trouwens voor het hele leven. Scholtens kijk op de wereld is fundamenteel dialectisch. We stuiten overal voortdurend op tegenstrijdigheden: in de politiek, in het recht, in het geloof, in ons eigen leven. Die tegenstrijdigheden zijn geen schijn, het zijn geen paradoxen. En ze kunnen niet worden overbrugd door iets van een synthese, je kunt de tegenstrijdigheden niet opheffen (zoals Hegel meende). We moeten ermee leven. In het recht gaat het dan bijvoorbeeld over het feit dat recht een systeem van regels is, iets buiten onszelf, en tegelijk deel van ons innerlijk, geestelijk leven. Iemand die een juridische beslissing moet nemen, bijvoorbeeld een wetgever, of een bestuurder, of een rechter, moet dat doen aan de hand van twee kompassen tegelijk: het kompas van de geldende regelgeving, dus het systeem van het recht, en het kompas van zijn eigen innerlijke overtuiging, dat wil zeggen: zijn of haar eigen geweten. Dat is lastig, maar het is niet anders. 

Er kan ook op allerlei manieren spanning optreden tussen het belang van de enkeling en dat van de gemeenschap. Iedereen wil graag een vrij en liefst groen uitzicht vanuit zijn huis, maar er moeten wel woonwijken gebouwd worden die dat uitzicht in de weg staan. Welk belang gaat dan vóٕór? En omdat recht moet kunnen worden gehandhaafd, is gezag onmisbaar. Mensen moeten soms gedwongen (kunnen) worden om zich aan de regels te houden, ook als ze het daar misschien niet mee eens zijn. Dat staat op gespannen voet met de vrijheid van de enkeling om zijn leven in te richten naar eigen keuze. Het recht is er om al die spanningen te beheersen. 

De Tien Geboden

Ook de staat is aan het recht onderworpen, hij heeft zich aan regels te houden. Recht is niet maar wat de meerderheid beslist dat er moet gebeuren. “Het staatsleven staat onder God’s gebod, dat is onder de Wet — met een hoofdletter — in theologischen zin”, aldus Scholten. Met die “Wet in theologischen zin” bedoelt hij de Tien Geboden: “De tien geboden zijn voor ons de grondslag van ieder recht”. Maar ze zijn te algemeen, te abstract, om rechtstreeks te kunnen worden toegepast. Dat je niet mag stelen is één ding; wat onder “stelen” moet worden verstaan, is een ander ding. Dat laatste wordt bepaald door het geldende, in ons geval: het Nederlandse, recht van dit moment, bijvoorbeeld het recht inzake eigendom (= privaatrecht) en de regels over onteigening ten algemenen nutte (= bestuursrecht)  en de manier waarop ”diefstal” is omschreven in het Wetboek van Strafrecht. 

De Tien Geboden zijn dus geen rechtsreeks in ons Nederlandse rechtsstelsel toepasbare voorschriften, maar: “We kunnen de tien geboden, voor zoover zij op de verhouding der menschen onder elkaar betrekking hebben, als rechtsbeginseluitspraken zien.” Dat wil zeggen: als grondgedachten, principes die onmiddellijk evident zijn. Rechtsbeginselen zijn leidende gedachten achter wetteksten en vonnissen. Die leidende gedachten vinden we niet bij wijze conclusie achteraf uit de regel: het beginsel is er mèt de regel. De regel wordt direct, het beginsel indirect toegepast. Met het beginsel is nooit de concrete uitspraak gegeven. Dat vergt altijd nog een stap die moet worden gezet in de omstandigheden van een bepaalde tijd in een bepaalde omgeving, bijvoorbeeld Nederland anno 1886, toen het Wetboek van Strafrecht werd gemaakt, of anno 2024. 

Scholtens juridische benadering van de vraag blijkt dus tot een heel andere uitkomst te leiden dan de tot dusver ontwikkelde theologische benaderingen. De Tien Geboden zijn Oosters recht en openbaring tegelijk (voor wie gelooft); alweer die dialectiek. In Scholtens benadering komen beide kenmerken samen. Daarmee heeft hij een uitgangspunt voor een kritische omgang met ons recht, bijvoorbeeld over huwelijk en echtscheiding. Daarover een andere keer. 

– – – – – 

Het opstel “Rechtsbeginselen” is te vinden op https://paulscholten.eu/cp/wp-content/uploads/13.pdf   

Verder lezen?

Nu jij!

Wat denk jij? Reageer hieronder!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.