21 april 2024 / 

 / 

Blind voor mens en recht

“De demonie van het recht ligt in de logische consequentie”, zo citeerde ik Scholten in de vorige aflevering van mijn blog. Dat bleek erg toepasselijk op de kinderopvangtoeslagenaffaire. Ik noemde ook Scholtens remedie: laat het recht verankerd zijn en blijven in zijn fundament, dat is: “de Wet in theologischen zin. De tien geboden zijn voor ons de grondslag van ieder recht”. In de toeslagenaffaire lijkt met name het negende gebod: beschuldig een ander niet op valse gronden, in geding te zijn. Daarbij wordt als snel met de beschuldigende vinger gewezen naar het gebruik van algoritmen en risicomodellen. Maar is dat het hele verhaal?  

Er is vermoedelijk niet één ultieme oorzaak, schreef ik al. De bespreking in onze leeskring van 29 februari leverde vanuit het opstel “Over den rechtsstaat” nog meer inzichten op. 

Logische consequentie 

Recht is een systeem van regels. Als zodanig heeft het recht  

“een tendens tot rechtlijnigheid, tot een zoo lang mogelijk handhaven, zoover mogelijk doortrekken van den regel. Dit leidt tenslotte tot onrecht — de regel wordt dan uit zijn verband gerukt, als waarde op zich zelf gezien.

In die rechtlijnigheid, die logische consequentie, ligt – aldus Scholten – “de demonie van het recht”. Dat geldt als het gaat om de toepassing van de regels door de staat zelf en zijn actoren.  

Het geldt, opmerkelijk genoeg, soms ook voor de toepassing van de regels door de burgers zelf. Ik heb het dan niet over de toeslagenaffaire, maar over een fenomeen dat we tegenwoordig veel zien: het ontstaan van perverse verdienmodellen. Als de overheid te laat reageert op een verzoek, bijvoorbeeld een verzoek tot openbaarmaking van stukken, kan de burger een dwangsom eisen. Tegen Mulder-boetes of Woz-beschikkingen kun je bezwaar aantekenen; en zo zijn er meer. Er zijn inmiddels bedrijven die zich toeleggen op het indienen van zulke verzoeken op grote schaal. Zó veel, dat de overheden het niet kunnen bij fietsen en dus de dwangsom of boete moeten betalen. Kassa! Geld verdienen door zand in de machine van de overheid te strooien… 

Dat is natuurlijk nooit de bedoeling geweest van dit soort rechtsmiddelen (dat is de juridische term voor: mogelijkheden om je recht te halen). Het is een perverse consequentie van wetgeving die beoogt burgers de mogelijkheid te geven zich te verweren tegen onterechte beslissingen van de overheid: zand in de machine strooien als bedrijfsmodel. De staat die aan de ene kant moet waken om mensen niet te vermorzelen, zoals in de toeslagenaffaire aan de orde was, moet aan de andere kant ervoor waken om zelf niet door dit soort praktijken te worden vermorzeld. Voorwaar een balanceeract. 

Instrumentalisme 

Dit soort perverse verdienmodellen kun je ook zien als een instrumentele toepassing van het recht; maar dan wel een ontaarde. Instrumenteel gebruik van wetgeving op zichzelf is ook aan de overheid niet vreemd. Wetgeving wordt niet zelden gezien als een middel om bijvoorbeeld een gedragsverandering bij burgers te bereiken. In zekere zin is dat natuurlijk altijd het geval: door moord strafbaar te stellen, willen we het liefst bereiken dat mensen elkaar niet vermoorden.  

Maar het gaat soms om een veel indirecter verband. We willen graag dat mensen gezond(er) leven en proberen dat onder meer te bereiken met financiële prikkels. Bijvoorbeeld door met accijns of met belastingaftrek het gezonde(re) leven goedkoper te maken. Of de energietransitie te bevorderen. Hoe ver kun je gaan met dit soort instrumentalistisch gebruik van wetgeving? Wat blijft er dan nog over van het normatieve gehalte van het recht? Is het niet een uiting van maakbaarheidsdenken? Daar staat natuurlijk tegenover de cynische observatie “wie doet ooit iets omdat het móet?” Alweer: een balanceeract. 

Neoliberalisme 

Instrumentalisme en maakbaarheidsdenken kenmerken (of: kenmerkten?) natuurlijk ook in hoge mate het neoliberalisme. Het New Public Management herdefinieerde de burger als een consument, een afnemer van overheidsdiensten: als een klant die bediend en tegelijkertijd in toom gehouden moet worden, want klanten calculeren nu eenmaal – zo was “de calculerende burger” geboren.  

De overheid werd geherdefinieerd als een bedrijf dat diensten moet leveren en dat, omdat het nu eenmaal een bedrijf is, vooral zo efficiënt mogelijk moet werken. Dus managers kregen “targets”: streefcijfers, kengetallen, doelen die bereikt moesten worden. Doelen overschaduwden waarden. Alles moest meetbaar worden, dus kwantificeerbaar. Overheidsorganisaties werden ingericht als productiebedrijf. Dan worden dossiers doorgestuurd van A naar B naar C (scheiding van taken), bijvoorbeeld: van de afdeling die de toeslag toekent naar de afdeling die uitbetaalt naar de afdeling die moet toezien en handhaven naar de opsporingsdienst (bij vermoeden  van fraude) naar de afdeling die de opgelegde boete moet innen. Zo gaat het zicht op het totaal van een zaak – en daarmee het zicht op de mens àchter de zaak – verloren. En medewerkers moeten productie draaien: niet langer dan vijf minuten voor deze handeling of een kwartier voor die. Hoe kun je dan nog maatwerk leveren? Dat wordt een lastige balanceeract. 

Zo ontstond (ook weer) de roep om meer discretionaire ruimte voor medewerkers in de uitvoering. Dat is een oude slingerbeweging: van meer ruimte naar meer regels en terug. Het evenwicht wordt nooit gevonden; het evenwicht bestaat misschien wel niet. 

Hoe krijg je de geest terug in de fles? 

De balans is verstoord, de trein is ontspoord. De politiek roept om een nieuwe balans. Een balans tussen mens en recht, tussen maatwerk en regels. Het is de zoektocht naar gerechtigheid.  

Organisaties moeten worden opgeschud, systemen moeten kritisch worden bezien (of herzien), mensen moeten worden wakker geschud. Maar: de silver bullet, de uiteindelijke formule die alles oplost, vinden we niet. Misschien is dat de belangrijkste les die we van Scholten leren: dat die zoektocht  “onder de zon” een blijvende zoektocht is.  

Om te besluiten met zijn woorden: 

”De beslissing, die dan moet komen, hangt, na erkenning van alle factoren, die er invloed op hebben,  ten slotte af van de scheiding van goed en kwaad, zooals hij, in wiens handen zij ligt, deze meent te moeten voltrekken.”

– – – – – 

Het opstel “Over den rechtsstaat” is te vinden op https://paulscholten.eu/cp/wp-content/uploads/12.pdf

Verder lezen?

Nu jij!

Wat denk jij? Reageer hieronder!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.